Angst

Ook angstgevoelens komen voor. Zo zijn veel kinderen bang voor de ziekenhuisomgeving, voor uiterlijke veranderingen, voor het dreigend verlies van de zieke ouder, voor het verlies van de gezonde ouder of om zelf dood te gaan. Hebben kinderen ideeën over kanker die niet kloppen, dan is uitleg noodzakelijk. Leg ouders en kinderen uit dat angstgedachten de neiging hebben om je soms zomaar te overvallen en bedenk samen wat je er tegen kunt doen.

Soms helpt een visualisatieoefening. Stop de angst in een pot, schroef er een stevige deksel op en zet de pot in een kast. Bedenk een superheld en jaag samen met je held je angsten weg. Of: ga onder de douche staan, spoel je gedachten van je af en laat ze verdund en wel door het doucheputje wegstromen.

Er zijn kinderen die hun angsten proberen te bezweren door dwangmatig gedrag te vertonen of door te gaan vermijden. Luca zette elke dag de tafel recht, alleen dan was het zeker dat haar moeder niet nog zieker ging worden. Ook waste ze dwangmatig haar handen en mocht ze van zichzelf alleen op de rechter stoeptegels lopen. Jonas was met geen stok naar het ziekenhuis in te krijgen, ook niet toen hij zelf een dokter nodig had. Uiteraard is in dit soort situaties professionele ondersteuning noodzakel