Eigenlijk reageren kinderen net als volwassenen. Ze zijn verdrietig, bang of boos, lopen rond met schuldgevoelens, voelen zich ongelukkig en in de steek gelaten of doen heel stoer net alsof er niets aan de hand is.
Kinderen kunnen intens verdrietig zijn. Vaak lijkt dat verdriet van korte duur en spelen ze even later weer 'vrolijk' verder. Dat is heel gewoon, kinderen kunnen niet uren achtereen verdrietig zijn. Ze leven in het hier en nu en vinden het moeilijk om ver in de toekomst te kijken.
Op een ander tijdstip komt het verdriet vaak weer naar boven. Tijdens het naar bed gaan bijvoorbeeld, of onder de afwas.
Kelly:
"Ik ben niet verdrietig hoor. Want mama zegt: als het met papa goed gaat, dat het met ons ook goed gaat."
Soms zitten kinderen echt in de put en tonen hun verdriet niet om hun zieke ouder te sparen. Ze uiten zich vaak op een andere manier. In hun dagboek bijvoorbeeld of in gedichten.
Jord:
"Ik huil, ik huil, ik huil. Zoveel water als in de Nijl. Ik weet nog niet waarom, maar daar gaat het ook niet om. Huilen komt altijd ongelegen, maar iedereen kan er tegen."
Veel kinderen zijn bang. Bang voor de ziekenhuisomgeving, voor uiterlijke veranderingen, voor het dreigend verlies van de zieke ouder, voor het verlies van de gezonde ouder of om zelf dood te gaan.
Maria:
"Zoë was vreselijk bang dat er met mij ook iets zou gebeuren. Ze liet me geen moment met rust en was nauwelijks de deur uit te krijgen. Uiteindelijk heb ik haar een mobiele telefoon gegeven. Dan kon ze gewoon haar gang gaan, maar was ik toch bereikbaar."
Net als volwassenen zoeken kinderen naar oorzaken. Er zijn kinderen die zichzelf de schuld geven van het feit dat hun vader of moeder kanker heeft. Ze denken dat ze iets gezegd, gedaan, of gedacht hebben dat kanker veroorzaakt. Er gaat soms meer in die hoofden om dan je denkt.
Hans:
"Mijn moeder struikelde over mijn skateboard. Ze zat onder de blauwe plekken. Een week later bleek dat ze kanker had. Ik kon het mezelf niet vergeven. Ik dacht dat het mijn schuld was dat ze ziek geworden was."
Het kan ook zijn dat ze het idee hebben dat ze niet goed genoeg hun best doen en dat dat de reden is waarom u bijvoorbeeld niet beter wordt.
Sommige kinderen zijn gewoon boos. Boos omdat de hele wereld veranderd is, omdat thuis 'thuis' niet meer is, omdat het hun vader of moeder is die zo ziek is.
Dick:
"We hebben haar maar een kussen gegeven om tegen te slaan. Er bleef geen deur meer heel en ook haar broertje kreeg het zwaar te verduren. We hebben gezegd dat we het allemaal goed konden begrijpen, maar dat ze beter iets anders met haar boosheid kon doen."
Kinderen lijken soms onverschillig, maar zijn het niet echt. Ze kunnen of willen hun verdriet niet tonen. Ze hebben behoefte aan afleiding, kunnen niet voortdurend met verdriet bezig zijn en willen het liefst 'gewoon' zijn.
Daniël:
"Op school zeiden ze wel eens tegen me dat ik me meer moest laten zien.
Maar hoe dan? Moet ik soms gaan lopen janken omdat mijn vader zo ziek is?
Ja mooi niet. Die pijn zit van binnen. Daar snapt een ander toch niets van."