Het is niet eenvoudig om over kanker te praten. De ervaring leert dat 'gewoon' vertellen wat er aan de hand is, de minste problemen oplevert. Geef niet te veel informatie tegelijk en gebruik woorden die de kinderen begrijpen.
Begin bijvoorbeeld met te vertellen wat u hebt, waarom daar iets aan gedaan moet worden en welke behandeling u krijgt.
Het is niet erg als uw kinderen uw emoties zien, maar probeer te voorkomen dat u overstuur raakt.
Ben:
"De kinderen moesten erg huilen, maar waren ook heel dapper. Oda vroeg of ik ook kaal zou worden - (de moeder van een klasgenootje had chemo gehad) - en Kai kwam meteen met zijn pet aanzetten. Die moest ik dan maar opdoen. Ik moest wel even slikken, hoor."
Tumor, knobbeltje, ziekte, leukemie, Hodgkin, u kunt er aan alle kanten omheen.
Toch is het niet verstandig om het woord 'kanker' te omzeilen. De kinderen worden op een dwaalspoor gebracht en horen het misschien van hun vriendjes in plaats van hun eigen vader of moeder.
Bedenk dat de angst meestal bij jezelf zit. Hoe groter de angst, hoe moeilijker het wordt om erover te praten.
Door in het eerste gesprek het woord 'kanker' te gebruiken, kunnen de kinderen er alvast een beetje aan wennen en schrikken ze niet zo als een ander het plotseling in de mond neemt.
Sigrid:
"Een twaalfjarig brugklassertje was ik, toen mij en mijn broer verteld werd dat mijn moeder non-Hodgkin had. Ik wist absoluut niet wat ermee bedoeld werd. De doktoren dachten eerst aan een hernia; het bleek een tumor in haar rug te zijn. Nietsvermoedend vroeg ik aan mijn vader wat erger was: een tumor of een hernia. Toen ik onze buurvrouw en achterbuurvrouw huilend in de keuken zag staan, begon ik langzaam te begrijpen dat het toch wel erg moest zijn. Helemaal drong het tot me door toen een jongen naar me toe kwam en vroeg: "Jouw moeder heeft toch kanker?"
Kinderen hebben voelsprieten op hun hoofd. Of u het nu vertelt of niet, ze voelen haarfijn aan dat er iets mis is.
Als ze niet weten wat er aan de hand is, gaan ze fantaseren en die fantasie is vaak erger dan de werkelijkheid. Een monster in het donker is griezeliger dan een monster in het licht. Kleine kinderen vatten dingen soms heel letterlijk op. Dat 'beest' wat in uw buik zit is voor hen levensecht en kan ze behoorlijke nachtmerries bezorgen.
Veel ouders zijn bang dat hun kinderen over de dood beginnen. Er zijn immers heel wat opa's en oma's aan kanker overleden! Best eng als uw kind zo'n vraag stelt, maar wel een goed uitgangspunt voor een gesprek. U kunt immers antwoorden dat er verschillende soorten kanker zijn en dat u juist aan de behandeling begint omdat u hoopt dat het met u goed blijft gaan!
Lonneke:
"Ik had al een tijdje last van afscheiding en bloedverlies. De huisarts stuurde me door naar de gynaecoloog. Die nam een stukje weefsel weg. Uiteindelijk bleek dat ik baarmoederhalskanker had. Omdat het in het begin nog onzeker was, heb ik niets aan mijn kinderen verteld. Ik voelde me wanhopig maar wilde me groot houden. Na lang dubben heb ik het toch verteld. Tim reageerde onmiddellijk. "Kanker, daar ga je toch aan dood?" , vroeg hij. Ik heb hem gezegd dat er verschillende soorten kanker zijn en dat het ook weggehaald kan worden. Sanne is vooral gefascineerd door mijn litteken. Ze tilt elke dag haar blouse op om te kijken of er bij haar misschien ook zo'n ritssluiting groeit."
Is de prognose van het begin af aan slecht, dan is praten over de dood onvermijdelijk. Het kan zijn dat de kinderen willen weten hoe dat gaat, of er niet toch iets aan gedaan kan worden en wat er dan met hen gaat gebeuren.
Hoe moeilijk en pijnlijk het ook is, moedig ze aan met hun vragen te komen. Sommige kinderen sluiten zich af of praten liever met anderen. Ook dat is goed. Ze hebben tijd en veiligheid nodig om hun verdriet te kunnen tonen. Elk kind zoekt daarin zijn of haar eigen weg.
Samen terugkijken op alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, kan richting geven aan uw gevoelens en die van uw kinderen.
Foto's kijken, huilen, een plakboek maken van mooie en gekke voorvallen, zonder woorden bij elkaar zitten, probeer een manier te vinden die het beste bij u past. Misschien helpt het om een (kinder)boek in huis te halen dat de dood als thema heeft.
Misschien is de Stichting Achter de Regenboog iets voor uw kinderen. Deze stichting ondersteunt kinderen en jongeren bij het verwerken van het (komende) overlijden van een ouder.
Informatie- en advieslijn: 0900 - 233 41 41
Internet: www.achterderegenboog.nl
Sommige kinderen vragen zich af of kanker besmettelijk is.
Dat is dus niet het geval!
Oudere kinderen kennen het begrip erfelijkheid en zijn soms bang dat ook zij kanker zullen krijgen. Bij bepaalde vormen van kanker kan erfelijkheid een rol spelen, maar veel vaker is dat niet het geval. Het is goed om de kinderen daar op te wijzen.
Petra:
"Mijn moeder had de ziekte van Hodgkin en ik ben jarenlang bang geweest dat het erfelijk was en dat ik het ook zou krijgen. Pas kortgeleden heb ik dat tegen haar durven zeggen. We zijn meteen naar een arts gegaan om te vragen hoe dat zit."
Elk kind reageert weer anders en geen enkele situatie is hetzelfde. Geef uw kinderen zoveel mogelijk de ruimte om zelf te bepalen wat ze willen zien en horen. Misschien willen ze er nu liever niets van weten, maar krijgen ze er in de loop van de tijd toch vragen over.
Er zijn natuurlijk ook kinderen die het moeilijk vinden om er over te praten. Misschien uiten ze zich op een andere manier, bijvoorbeeld in hun spel of door een tekening of gedicht.
Dineke:
"Koen verzorgde zelfs mijn wond na de amputatie. Hij vond het gewoon leuk om te doen. Hij wil nu eenmaal graag alles zien en weten. Bij mijn vriendin ging het heel anders. Haar kinderen hebben haar wond nog niet eens gezien! Ze vinden het doodeng."
Het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar als je als ouder bent opgegroeid in een 'nergens-over-praten-gezin' kan praten over kanker erg moeilijk zijn. Leg de lat niet te hoog. Probeer het gewoon zo goed mogelijk te doen en schroom niet om hulp van anderen in te roepen. Ga bijvoorbeeld naar uw huisarts, de oncologie-verpleegkundige of een goede vriend.