Hoi, hoi!

Als een van je ouders kanker heeft, dan kan je daar behoorlijk over in zitten. Misschien heb je er vragen over en wil je weten hoe kanker wordt behandeld. Of ben je benieuwd hoe anderen op zo’n situatie reageren. Op deze site staan heel veel zaken die met kanker te maken hebben. Natuurlijk staan er ook tips op.

Wat is kanker?

Een lichaam bestaat uit miljarden cellen. Die cellen delen zich voortdurend. Omdat er ook cellen sterven is er sprake van een soort evenwicht. Bij kanker raakt dit evenwicht verstoord. In een van de cellen is tijdens het delen een genetische fout opgetreden. De gemuteerde cel blijft zich delen, neemt de plaats in van gezonde cellen en groeit uit tot een tumor. Die tumor kan doorgroeien in omliggend weefsel en organen. Ook kunnen de kankercellen door het lichaam gaan zwerven en zich op andere plaatsen nestelen. Er moet dus iets aan worden gedaan.

     

Heel veel vragen

Heb je vragen? Kijk of je vraag erbij staat of stel hem aan ons. Wij proberen je zo snel mogelijk te antwoorden.

Hoe ontstaat kanker?

Kanker is het gevolg van een verandering in het DNA, het erfelijk materiaal dat in de celkernen ligt. Veranderingen in het DNA ontstaan deels door schade van buitenaf (uv-straling, alcohol, roken, asbest) en deels door oorzaken die we niet kennen. Meestal ruimt het afweersysteem zo’n gemuteerde cel op, soms ook niet. Waarom zo’n mutatie de ene keer tot kanker leidt en de andere keer niet is lang niet altijd duidelijk.

Kan je kanker voorkomen?

Nee, maar je kunt het risico om zelf kanker te krijgen wel zo klein mogelijk houden. Door niet te roken of te vapen, door te letten op wat en hoeveel je drinkt, door jezelf flink in te smeren tegen de zon, door een vaccinatie tegen het HPV-virus te halen. Ook regelmatig bewegen helpt het risico op kanker verkleinen. Dit heet preventie.

Hoe vaak komt kanker voor?

In 2022 kregen in Nederland ruim 124.000 mensen te horen dat ze kanker hadden. Het aantal mensen in Nederland bij wie ooit kanker is geconstateerd en dat nog in leven is, wordt geschat op 850.000. Op https://iknl.nl/nkr-cijfers vind je nog veel meer getallen.

Hoeveel soorten kanker zijn er?

Er zijn wel meer dan 100 verschillende soorten kanker. De naam van het soort is genoemd naar het weefsel waaruit de kankercel afkomstig is, de plaats waar de kanker is ontstaan of naar de arts die het heeft ontdekt. Zo is er borstkanker, darmkanker, longkanker, huidkanker, hersentumor, leukemie, prostaatkanker, de ziekte van Hodgkin, de ziekte van Kahler, enzovoorts.

Waar komt het woord kanker vandaan?

Kanker komt van het Griekse woord karnikos dat krab betekent. Een tumor is meestal niet gelijkmatig en rond maar heeft een soort sprieten. De ontdekkers van kanker vonden die sprieten op de poten van een krab lijken. KWF Kankerbestrijding heeft van die krab haar logo gemaakt.

Is kanker een ziekte van deze tijd?

Nee, kanker is al heel oud. Bij opgravingen in Egypte zijn mummies gevonden van mensen die kanker hadden.

Is kanker erfelijk?

Een enkele keer zit kanker in de familie en van een paar soorten weten we dat ze erfelijk kunnen zijn. Bij de meeste kankersoorten is dat echter niet het geval. En als je vader of moeder een erfelijke vorm van kanker heeft, dan wil dat nog steeds niet zeggen dat jij het ook krijgt. Als je volwassen bent beslis je zelf of je dat wilt laten onderzoeken.

Is kanker besmettelijk?

Nee, kanker is niet besmettelijk.

Komt kanker hier vaker voor dan in andere landen?

Dat hangt van het soort kanker af. In Europa wordt iedereen die kanker heeft geregistreerd. Zo weten we al jarenlang hoeveel mensen er kanker hebben, hoe oud ze zijn of het mannen of vrouwen zijn, welke soort kanker ze hebben en hoe het met hen gaat. Uit deze registratie leren we dat sommige soorten kanker in bepaalde landen of bij bepaalde volken vaker of minder vaak voorkomt.

Kanker en doodgaan, hoe zit het daarmee?

De laatste jaren zijn er steeds meer mensen die genezen of heel lang met de ziekte blijven leven. Zij hebben wel kanker, maar de kankercellen groeien niet. Kanker en doodgaan is dus niet hetzelfde. Geen twee mensen reageren hetzelfde op een behandeling en er zijn grote verschillen tussen de soorten kanker. Bij de ene soort is de kans dat je overleeft meer dan 90%, bij de andere slechts 5%.

Wat is een tumor?

Een tumor, ook wel gezwel genoemd, is een groep samengeklonterde cellen. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij kanker gaat het om een kwaadaardige tumor.

Wat is het verschil tussen goedaardig en kwaadaardig

Een goedaardig tumor kan het omringend weefsel opzij duwen, maar dringt niet binnen. Een kwaadaardige tumor heeft de neiging om in het weefsel door te groeien. Bovendien kan een kwaadaardige tumor zich via de bloedbaan of het lymfvatenstelsel naar andere delen van het lichaam verspreiden.

Wat is een uitzaaiing?

Kankercellen kunnen door het lichaam gaan zwerven. Op de plaats waar de zwervende kankercel terechtkomt kan een nieuwe tumor ontstaan. Die nieuwe tumor noem je een uitzaaiing of metastase.

Wat is een prognose?

Een prognose is een voorspelling van het verloop van de ziekte. Bij een goede prognose verwacht de arts dat het goed zal aflopen, bij een slechte prognose zal je vader of moeder (lang) ziek blijven en op den duur overlijden. Maar een exacte voorspelling is vaak moeilijk te doen. Ieder mens reageert immers weer anders op ziekte en behandeling.

Kan ik iets doen om mijn ouders te helpen?

Probeer zoveel mogelijk jezelf te blijven.  Ga naar school, blijf sporten, maar houd ook rekening met de thuissituatie. Doe wat vaker een klusje. Probeer ook met je ouders te praten over wat je voelt of denkt. Veel ouders maken zich zorgen om het feit dat hun kind zo weinig zegt.

Onderzoek

Röntgenfoto's

De eerste aanwijzingen dat het om kanker of uitzaaiingen zou kunnen gaan zijn soms op een röntgenfoto te zien. Een vlek in de longen, een afwijking in de borst of een rib die er anders uitziet. De arts vermoedt dat er iets mis is en gaat verder zoeken.

Echografie

Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Om de golven beter te geleiden wordt de huid met een gel ingesmeerd. De arts gaat met een zender over het lichaam van je vader of moeder. De echo van de door de zender uitgezonden geluidsgolven levert beelden op die op een monitor bekeken worden. Op die manier kan de arts zien of er iets zit wat er niet hoort.

Bloedonderzoek

Het bloed van je vader of moeder wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van tumormarkers, stoffen die het lichaam aanmaakt in reactie op de kanker. Ook wordt gekeken hoe de rode en witte bloedcellen zich gedragen.

MRI

Om organen en zachte weefsels goed in beeld te brengen wordt soms een MRI gemaakt.Bij een MRI wordt gebruikgemaakt van magnetische velden. Een MRI-apparaat is een soort koker die een hard geluid maakt en waar je vader of moeder op een beweegbare tafel doorheen schuift. Omdat het onderzoek best lang duurt, wordt soms aangeraden muziek mee te nemen

PET/CT-scan

Een scan kan extra informatie opleveren over de grootte en ligging van de tumor. Eerst krijgt je vader of moeder een injectie met een licht radioactieve stof. Nadat de kankercellen de stof hebben opgenomen, worden met een apparaat dat eruitziet als een enorme trommel achter elkaar een heleboel foto’s gemaakt. Je vader of moeder moet op een tafel liggen die heel langzaam door de trommel heen schuift. Na een paar uur is de radioactieve stof uit het lichaam verdwenen. De stof is niet gevaarlijk.

Biopt

Soms haalt de radioloog of chirurg een klein stukje weefsel uit de tumor (biopsie). Dat biopt wordt in het laboratorium door de patholoog onder een microscoop onderzocht. Zo kan de arts precies zien om welk soort kanker het gaat.

Behandeling

Er zijn verschillende behandelingen voor kanker. De arts zoekt altijd naar een behandeling met een zo groot mogelijke kans op genezing met zo weinig mogelijk bijwerkingen.

Over de hele wereld zijn artsen op zoek naar manieren om kanker te behandelen. Er wordt zowel binnen als buiten Nederland veel met elkaar overlegd en onderzoek gedaan.

Opereren

Opereren

Tijdens een operatie wordt de tumor of een zo groot mogelijk deel daarvan door de chirurg weggesneden. Soms wordt er meer weggehaald, een borst of een stuk darm bijvoorbeeld. Dat is nodig om de doorgroei of het terugkeren van de tumor te voorkomen. Na de operatie onderzoekt de patholoog (een speciaal daarvoor opgeleide arts) het tumorweefsel onder de microscoop. Op basis van die uitslag en de gegevens uit andere onderzoeken wordt het vervolg van de behandeling bepaald. Mensen die geopereerd worden, moeten na de operatie vaak een tijdje in het ziekenhuis blijven. Eenmaal thuis kunnen ze verzwakt zijn. Het kan zijn dat je vader of moeder bepaalde dingen een tijdje niet mag doen, zoals zware dingen tillen of traplopen.

         

Chemotherapie

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. Die medicijnen, ook wel cytostatica genoemd, zorgen ervoor dat de kankercellen zich niet meer kunnen delen en doodgaan. Het vervelende is dat chemotherapie ook gezonde cellen beschadigt. Daardoor kan je vader of moeder misselijk worden, last krijgen van een pijnlijke mond, gevoelloze vingertoppen, haaruitval en soms ook geheugenverlies. Gelukkig herstellen de gezonde cellen zich op den duur en verdwijnen de meeste bijwerkingen na een tijdje weer. Wel blijven de meeste ouders na hun chemotherapie nog heel lang moe.

Chemotherapie kan in een infuus, in pillen of in een injectiespuit zitten. Meestal krijgt je vader of moeder de medicijnen in het ziekenhuis, soms thuis.

Een infuus is een plastic zak die aan een paal hangt en met een dun slangetje en een naald in een van de aders van de arm zit. Meestal zit er aan de paal ook een teller. Die geeft precies aan hoeveel druppels cytostatica er per minuut door mogen.

Omdat cytostatica de huid kunnen beschadigen moet alles heel precies gebeuren en werkt de verpleegkundige altijd met handschoenen aan. Omdat het restant van de cytostatica via de urine wordt uitgescheiden moet thuis het toilet extra goed worden schoongemaakt.

         

Bestraling

Bestraling

Bestraling, ook wel radiotherapie genoemd, doodt kankercellen. De behandeling vindt plaats op de afdeling radiotherapie waar enorme apparaten staan, die heel precies op het kankergezwel worden gericht. Het is nauwkeurig werk want de gezonde cellen moeten zoveel mogelijk gespaard blijven. Met behulp van computermodellen rekent de arts van tevoren uit hoeveel bestraling er nodig is en waar die terecht moet komen. Omdat dat steeds op dezelfde plek moet zijn, worden er met inkt strepen op het lijf van je vader of moeder getekend of puntjes getatoeëerd. Wordt je vader of moeder op het hoofd bestraald, dan wordt er een masker gemaakt. Om de gezonde cellen zoveel mogelijk te sparen duurt elke bestraling maar een paar minuten. Sommige patiënten worden wel meer dan dertig keer bestraald.

 

   

Immunotherapie

Immunotherapie

Immunotherapie is een behandeling met medicijnen die het immuunsysteem (afweersysteem) van het lichaam versterken. Daardoor is het lichaam soms beter in staat zich te verdedigen tegen de kankercellen.

Hormoontherapie

Hormoontherapie

Lichaamseigen hormonen kunnen de groei van kankercellen versterken. Om dit tegen te gaan kan het zijn dat de arts hormoontherapie voorstelt. Hormoontherapie bestaat meestal uit medicijnen. De meeste ouders krijgen daar opvliegers van. Dan breekt het zweet uit en krijgen ze het plotseling heel erg warm. Dat gaat na een paar minuten weer over. Ook wisselingen in het humeur zijn een bekend verschijnsel.

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie

Kankercellen sturen soms foute berichten naar hun omgeving. Ze seinen dat cellen moeten groeien of dat er bloedvaten aangemaakt moeten worden, waardoor de kankercellen gevoed worden. Doelgerichte therapie remt die signalen af. Daarom heten die medicijnen vaak ‘remmer’, bijvoorbeeld HER2-remmer of VEGF-remmer. Je vader of moeder kan last krijgen van een droge huid, kloven of blaren in handen en voeten of heel gevoelige vingertoppen.

Stamcel
transplantatie

Stamceltransplantatie

Om de kans op genezing te vergroten, wordt soms een stamceltransplantatie gegeven. Stamcellen zijn onrijpe cellen die in het beenmerg zitten en waaruit nieuwe cellen kunnen ontstaan. De stamcellen kunnen van je vader of moeder zelf zijn (autologe stamceltransplantatie) of van iemand anders, een donor (allogene stamceltransplantatie). Die donor moet dezelfde weefseltypering (HLA-typering) hebben als je vader of moeder. Een verwante donor (familie) is het beste, maar de stamcellen kunnen ook afkomstig zijn van een donor uit de donorbank.

De transplantatie gebeurt in drie stappen. 1: de stamcellen worden uit het bloed van je zieke ouder of donor gehaald en daarna bewaard en ingevroren. 2: je zieke ouder krijgt een grote dosis chemo en/of bestraling. 3: de stamcellen worden aan je zieke ouder (terug)gegeven.

Omdat de kans op infecties groot is, moet je vader of moeder apart in een kamer liggen en mag je soms niet op bezoek. Dat kan wel een paar weken duren. Eenmaal thuis dan zijn er leefregels voor eten, hygiëne en contact met anderen. Je vader of moeder moet regelmatig naar het ziekenhuis voor controle, loopt bij een allogene transplantatie het risico dat de stamcellen worden afgestoten door het eigen lichaam en zal veel extra medicijnen moeten slikken. Maar als alles goed gaat groeien de stamcellen uit tot gezonde bloedcellen.

 

     

Veranderingen

Als een van je ouders kanker heeft, verandert er soms veel. Dat is wennen.

Ziekenhuisbezoek

Een vader of moeder die kanker heeft moet vaak naar het ziekenhuis. Voor onderzoek, gesprekken met de specialist en voor behandeling. Soms is dat ziekenhuis dichtbij, soms ook niet. Ben jij iemand die alles wil zien en weten? Ga dan een keer mee.

Van slag

Ouders die kanker hebben kunnen behoorlijk van slag zijn. Dat zeggen ze meestal niet, maar je merkt het wel. Ze zijn verdrietig, boos, neerslachtig en soms ook onredelijk. Het helpt als je begrijpt waar het vandaan komt. De ene keer helpt troosten, de andere keer kun je maar beter een rondje om gaan.

Britt: “Ik vind het best lastig hoor. Het ene moment kan je nauwelijks in haar buurt komen en wil ze met rust gelaten worden, het andere moment wil ze juist dat alles gewoon is.”

Gedragsveranderingen

Ouders met kanker veranderen soms van karakter of gedrag. Vaak is dit het gevolg van medicatie en wordt het na een tijdje weer gewoon. Heeft je vader of moeder een hersentumor of is er sprake van uitzaaiingen in het hoofd dan krijg je soms te maken met blijvende gedragsveranderingen. Ouders worden soms zomaar kwaad of kunnen niet meer op hun woorden komen. Dat voelt heel machteloos en verdrietig.

Uiterlijke veranderingen

Sommige ouders gaan er door de behandeling of door hun ziekte anders uitzien. Ze missen een borst, krijgen een stoma, zijn kaal door de chemotherapie of hebben een (groot) litteken. Er zijn ook ouders die door hun ziekte dik of juist heel erg mager worden. Dat kan er best naar uitzien.

Jorna: “Mijn vader is ontzettend mager geworden. Zó mager dat ik hem bijna niet meer durf aan te raken.”

Niets te zien en toch ziek

Aan de meeste mensen die kanker hebben zie je niets. Dat is fijn, maar kan ook een dubbel gevoel geven. Het is net alsof je moet bewijzen dat je vader of moeder toch echt wel ziek is.

Sacha: “Sommige vriendinnen geloven het gewoon niet dat mijn moeder zo ziek is. Ze ziet er erg goed uit, zeggen ze dan. Blijkbaar moet je er doodziek uitzien. Pas dan geloven ze je.”

Vermoeidheid

Vermoeidheid bij kanker komt vaak voor. Het overvalt je vader of moeder op de raarste momenten. Het dagelijkse leven zal er daarom anders uitzien dan voorheen. Je vader of moeder zal meer tijd voor zichzelf moeten nemen. Meestal gaat de vermoeidheid weer over, maar bij sommige vormen van kanker blijft de vermoeidheid (heel lang) bestaan.

Aanpassen

Kanker en werken gaan niet altijd goed samen en dus is je vader of moeder waarschijnlijk vaker thuis. Dat vraagt enige aanpassing. Probeer begrip voor de situatie te hebben, maar geef ook aan wat je dwars zit.

Max: “Mijn vader zit de hele dag thuis en baalt er flink van. Het vervelende is dat hij zich met mij gaat bemoeien. Hij irriteert zich als ik zit te gamen en bemoeit zich ook nog met mijn huiswerk!”

De omgekeerde wereld

In plaats van dat je vader of moeder jou helpt, moet jij je vader of moeder soms helpen. Dat is de wereld op z’n kop. En als je de oudste bent krijg je vaak meer verantwoordelijkheden. Toch vinden veel jongeren het fijn als ze iets kunnen doen. Fijn, verdrietig en raar tegelijk.

Mees: “Raar hoor. Vroeger deed mijn vader mij in bad, nu help ik hem. Eigenlijk hoort zoiets helemaal niet. Een vader hoort zijn kind te verzorgen. Niet andersom. Toch vind ik het fijn om iets terug te kunnen doen. Hij heeft het immers ook voor mij gedaan.”

Wat doet het met jou?

Veel jongeren met een vader of moeder met kanker zijn verdrietig, bang of boos en/of voelen zich alleen. Sommigen maken zich zorgen over de toekomst, anderen halen hun schouders op en zien wel.

Verdrietig

Verdrietig zijn als een van je ouders kanker heeft is logisch. Misschien is je vader of moeder hartstikke ziek, is de stemming thuis veranderd of voel je dat je ouders verdrietig zijn. Of misschien ziet je ouder er best goed uit maar heb je zo je twijfels. Het helpt als je erover praat, vlogt, schrijft of rapt.

Beschermen

Het kan zijn dat je het moeilijk vindt om je gevoelens met je ouders te delen. Die hebben immers al genoeg aan hun hoofd. En dus zul je hen automatisch beschermen. Maar veel ouders vinden het fijn om te weten wat er in het hoofd van hun kinderen omgaat. Blijf je het moeilijk vinden? Zoek dan een vertrouwd iemand. Je mentor bijvoorbeeld, een oom of tante, of je beste vriend of vriendin.

Je kop in het zand

Het is helemaal niet erg om je kop in het zand te steken, als je ‘m er af en toe maar uithaalt.  Drank en drugs maken het alleen maar erger, even voel je niets, daarna komen alle gevoelens in alle hevigheid terug. Misschien helpt kickboksen, of een andere activiteit.

Bang

Bang dat je vader of moeder nog zieker wordt. Bang dat de kanker terugkomt. Bang dat je zelf kanker krijgt. Bang dat je vader of moeder doodgaat. Lukt het thuis niet om je angsten te bespreken, vraag dan een gesprek aan met de behandelend arts van je vader of moeder of maak een afspraak met de huisarts. Soms zijn je angsten gebaseerd op iets dat echt niet klopt!

Yannik: “Omdat ik op mijn moeder lijk, was ik bang dat ik het ook zou krijgen. Toen mijn moeder dat hoorde heeft ze mij meteen naar de huisarts gestuurd.”

Boos

Misschien ben je boos op de kanker, op het feit dat het nou juist jouw vader of moeder moet zijn, omdat het thuis niet zo leuk meer is of omdat je jezelf niet meer kunt zijn. Zoek naar manieren om met die boosheid om te gaan. Hardlopen, voetballen, muziek maken, een songtekst schrijven, met je vrienden praten, maken dat je het aankunt.

Een kort lontje

Jongeren die een vader of moeder met kanker hebben, hebben vaak een kort lontje. Vooral als er over kanker wordt gescholden gaan ze uit hun dak. Begrijpelijk maar niet altijd even handig. Voordat je het weet ben jij degene die de klappen oploopt. Niet doen dus.

Nare gedachten

Heb je het gevoel er niet uit te komen? Zou je jezelf het liefst iets aandoen? Houd deze gedachten niet voor je. Bedenk dat je niet de enige bent die af en toe zo denkt. Laat je niet beïnvloeden door ideeën en verhalen van anderen, maar zoek hulp.

Je schuldig voelen

Het kan zijn dat je je schuldig voelt. Moet je niet thuisblijven in plaats van naar je vrienden of vriendinnen te gaan? Stel dat er iets gebeurt? Maar het leven gaat door, óók als je vader of moeder kanker heeft. Praat er met je ouders over en zorg dat je mobiel bereikbaar bent. Dan kun je in geval van nood naar huis.

Knobbels voelen

Voel jij, sinds je vader of moeder kanker heeft, allerlei knobbels en pijntjes? Ga naar de huisarts, maar probeer ook vertrouwen te houden. Tel tot tien en raak niet in paniek. Lang niet iedereen krijgt kanker en zeker niet als je jong bent.

Moed houden

Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk. Kan je verjaardagsfeest niet doorgaan? Volgende maand misschien wel. Kunnen jullie niet op vakantie? De volgende vakantie wordt gewoon super!

School

Vertellen?

Veel jongeren vinden het moeilijk om op school te vertellen dat er thuis iets mis is. Toch is het belangrijk dat in ieder geval je mentor het weet. Je kunt dan ook bespreken wat te doen bij schooluitval, proefwerken, tentamens, etc.

Afleiding

Het kan zijn dat je hoofd gewoon te vol zit. Dan kan die wiskundeles er dus niet meer bij. Maar het kan ook zijn dat school afleiding biedt. Je bent er immers met andere dingen bezig.

Klasgenoten

Zorg dat een paar klasgenoten van je thuissituatie op de hoogte zijn. Zij kunnen het voor je opnemen en je helpen als het even niet lukt.

Vrienden

Vrienden heb je in goede tijden en in slechte tijden. Vertel wat er aan de hand is. Vraag of ze je willen helpen als je even niet zo lekker in je vel zit. Doe vooral veel leuke dingen met ze.

Alles is zinloos

Misschien zie je het niet meer zitten om naar school te gaan. Wat heeft het allemaal voor zin? Begrijpelijk, maar het lost niets op. Integendeel, straks heb je niet alleen een zieke vader of moeder, maar blijf je ook nog zitten. Er zijn ook jongeren die hun gevoel uitschakelen en juist extra hard gaan werken. Weet jij niet hoe het aan te pakken? Trek aan de bel en praat er moet iemand over!

Schelden

Ontplof jij ook als er kankerscheldwoorden worden gebruikt? Uit je dak gaan heeft geen zin, je omdraaien, weglopen en uitblazen wel.

Wat helpt?

  • Praten met iemand die belangrijk voor je is.
  • Hulp van je vrienden.
  • Chatten, vloggen, etc .
  • Een gedicht schrijven.
  • De hond uitlaten.
  • Naar de sportschool, kickboksen, dansen, etc.
  • Tegen de muur trappen
  • Naar muziek luisteren.
  • Muziek maken.

Weet jij nog andere dingen die helpen of heb jij ook een verhaal? Klik dan op het prikbord of Stuur ons een mailtje

De toekomst

Beter worden

Gelukkig worden heel veel ouders weer beter. De kanker blijft weg en de nare tijd van ziekenhuis, behandelingen en verdrietig zijn, is voorbij.

Sommige ouders zijn door de kanker en de behandelingen veranderd. Ze missen een borst, hebben een litteken of een stoma. Andere moeten elke dag oefeningen doen om weer sterker worden. Soms merk je aan de buitenkant niks, maar wordt er nog veel gepiekerd. Dan gaat je vader of moeder wandelen, fietsen, in de tuin werken of beelden maken. Of ze gaan met iemand praten. Want dat helpt. Maar dat weet jij natuurlijk ook.

Natuurlijk moet je vader of moeder af en toe nog naar het ziekenhuis om te kijken of alles goed blijft gaan. Maar ook dat wordt na een tijdje minder. De kanker wordt een herinnering. Misschien denk je er later nog eens aan terug, misschien ook niet. Alles is goed.

Als de kanker blijft

Lukt het niet om de kanker weg te krijgen, dan kan er soms medicatie worden ingezet om de kankercellen stabiel te houden. En als die medicijnen niet meer werken, zijn er soms weer nieuwe medicijnen. Het kan dus zijn dat de kanker niet weggaat, maar dat de situatie ook niet ernstiger wordt. Je vader of moeder kan zo heel lang blijven leven.

Wel moet je vader of moeder met regelmaat naar het ziekenhuis en zal de behandeling zo nodig worden aangepast. Ook wordt er enorm veel onderzoek naar kanker gedaan. Dat levert nieuwe inzichten op, waaruit nieuwe behandelingen voortvloeien. Dat alles vraagt fysiek en mentaal veel. Het is dus belangrijk om de kwaliteit van leven centraal te stellen. En die kwaliteit is voor elke ouder en elk gezin weer anders.

Zeer waarschijnlijk is je ouder niet meer topfit. Het is raar om te weten dat die kanker niet weggaat, maar fijn om te weten dat je vader of moeder er nog een (hele) tijd is.

Doodgaan

Zijn alle mogelijkheden uitgeput dan komt het moment waarop je vader of moeder gaat overlijden. Er zal van alles door je heen gaan of misschien voel je helemaal niks. Probeer iets met dat gevoel te doen. Praat erover met je ouders, je vrienden of de huisarts. Hou je hoofd erbij en ren niet weg, maar bedenk dat dit de laatste momenten zijn die je met je vader of moeder hebt. Haal samen herinneringen op. Misschien kunnen jullie wat foto’s of een filmpje maken.

Prikbord

Wil je jouw tekening ook op het prikbord? Stuur hem naar ons op!

[ klik op een afbeelding om te vergroten ]

[ klik op een afbeelding om te vergroten ]

Bibliotheek

Hotel De Grote L

Eigenlijk zouden álle kinderen en volwassenen dit boek moeten lezen! Gek, mooi en herkenbaar.

Kun je internetten in de hemel?

Kinderen en jongeren vanuit verschillende religies en culturen zetten hun gevoelens…

`{`gewoon`}` Leven

Romy’s moeder blijkt kanker te hebben en Romy wordt verliefd. Vriendschap is heel belangrijk!

Troostfilosofie

Een boek vol met inspirerende, motiverende en troostende gedachten in de vorm van..

Alles is chill

Voor als je niet lekker in je vel zit, gespannen bent of veel piekert.

Wanneer je moeder of vader kanker heeft

Als je hoort dat je moeder of vader kanker heeft, dan verandert er veel.

Pijnstillers

Over een moeder die kanker krijgt.

Twee tieten in een envelop

Mag je nog lachen als je moeder doodziek is?

Wild

Cheryl maakt op het dieptepunt van haar leven een 1700 km lange solo-hike. Over jezelf verliezen en terugvinden.

Familieboek over longkanker

Wil je meer weten over longkanker en wat daar allemaal bij komt kijken? Lees dan dit boekje!

Mams

In haar digitale dagboek schrijft Madelief over de laatste weken met haar moeder.

Briefjes op de keukentafel

Over een moeder die gaat overlijden.

Over leven en dood

Voor jongeren over afscheid nemen en loslaten.