Bent u naaste, hulpverlener of docent? Elke situatie kan anders zijn en daarom hebben wij de informatie in deze verschillende categorieën uitgesplitst.

Jess en Josie

Hoi!

Wij zijn Jess en Josie en wij slaan met onze vuisten de kankerspoken weg. Wij kunnen je troosten, zijn wel eens verlegen maar ook heel vaak super vrolijk, en hangen het liefst gewoon lekker onderuit op de bank. En nu zijn we er als knuffel!

Beste ouders,

Kanker hebben en tegelijkertijd je kinderen grootbrengen is een hele klus. Waarschijnlijk spoken er allerlei gedachten en zorgen door je hoofd. Misschien zeg je na het lezen van wat hier staat: ‘gelukkig, de reacties van mijn kinderen zijn eigenlijk heel gewoon’ of ‘ik doe het eigenlijk best goed.’ Het kan ook zijn dat je nieuwe ideeën opdoet. Hopelijk geven de voorbeelden inzicht in wat er in je kinderen omgaat en voel je je gesterkt door onze tips.

Openheid

Doe je er goed aan om je kinderen te vertellen dat je kanker hebt, of is het beter om het te verzwijgen? Het liefst zou je het hen willen besparen. Maar kan dat eigenlijk wel?

De ervaring leert dat ‘gewoon’ vertellen wat er aan de hand is, nu en in de toekomst de minste problemen oplevert. Vertel je het niet dan loop je het risico dat je kind er op een andere manier achter komt. Want kinderen hebben voelsprieten. Ze zien en horen alles. Een vader die met rode ogen op de bank zit, oma die plotseling op de stoep staat, ouders die vaak en lang op hun mobiel zitten, kinderen voelen haarfijn aan dat er iets mis is. Als ze niet weten wat er aan de hand is, gaan ze zelf op zoek naar verklaringen. En hun fantasie is vaak erger dan de werkelijkheid.

In het plaatje: Thijs: ‘Ik wist wel dat het niet goed was hoor. Elke keer als je mobiel ging liep je de deur uit.’ 

Het woord K

Het is niet verstandig om het woord kanker te omzeilen. De kinderen worden in verwarring gebracht en horen het misschien op school of van hun vriendjes. Bedenk dat de angst meestal bij jezelf zit. Hoe groter de angst, hoe moeilijker het wordt om erover te praten.

Door in het eerste gesprek het woord kanker te gebruiken, kunnen de kinderen er alvast een beetje aan wennen en schrikken ze niet als iemand anders er plotseling over begint.

In het plaatje: Sigrid:

“Een twaalfjarig brugklassertje was ik, toen mij en mijn broer verteld werd dat mijn moeder non-Hodgkin had. Ik wist absoluut niet wat ermee bedoeld werd. Toen ik onze buurvrouw huilend in de keuken zag staan, begon ik langzaam te begrijpen dat het toch wel erg moest zijn. Helemaal drong het tot me door toen een jongen naar me toe kwam en vroeg: “Jouw moeder heeft toch kanker?”

Lastige vragen

Veel ouders zijn bang dat hun kinderen over de dood beginnen. Er zijn meestal opa’s en oma’s aan kanker overleden en dus snappen veel kinderen dat je aan kanker dood kunt gaan. Lastig als je kind zo’n vraag stelt, maar wel een goed uitgangspunt voor een gesprek. Je kunt immers antwoorden dat er verschillende soorten kanker zijn en dat je juist aan de behandeling begint omdat je hoopt dat alles weer goed komt.

In het plaatje: “Ik voelde me wanhopig maar wilde me groothouden. Na lang dubben heb ik het toch aan de kinderen verteld. Tim reageerde onmiddellijk. “Kanker, daar ga je toch aan dood?” vroeg hij. Ik heb hem gezegd dat er verschillende soorten kanker zijn en dat het ook weggehaald kan worden. Sanne is vooral gefascineerd door mijn litteken. Ze tilt elke dag haar blouse op om te kijken of er bij haar misschien ook zo’n ritssluiting groeit.”

Als praten moeilijk is
Het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar als je als ouder bent opgegroeid in een ‘nergens-over-praten-gezin’ kan praten over kanker erg moeilijk zijn. Volg vooral je gevoel. Kijk goed naar je kinderen en geef hen zoveel mogelijk de ruimte in wat ze willen zien en horen. Misschien willen ze er nu niet zoveel over weten, maar krijgen ze er in de loop van de tijd toch vragen over. Schroom niet om in het ziekenhuis hulp te vragen als je niet weet hoe te beginnen.
Leeftijdsverschillen

Elk kind reageert op zijn of haar eigen manier op je ziek zijn. Die reacties zijn afhankelijk van de leeftijd, het karakter van je kind en je eigen reacties.

Reacties

Kinderen reageren net als volwassenen. Ze zijn verdrietig, bang of boos, lopen rond met schuldgevoelens, voelen zich ongelukkig en in de steek gelaten of doen heel stoer en doen net alsof er niets aan de hand is.

Lichamelijke klachten

Buik- en hoofdpijn komen vaak voor. Soms is de oorzaak van die klachten eenvoudig te achterhalen. Dan komt het door oververmoeidheid, te laat naar bed gaan, onregelmatig of slechter eten. Of misschien heeft je kind griep, een infectie of ruzie met een vriendje

Ook het opkroppen van zorgen kan lichamelijke klachten veroorzaken. ‘Ik heb er buikpijn van’ of ‘mijn hoofd zit zo vol’ zijn voor veel kinderen herkenbare uitdrukkingen. Meestal weten je kinderen zelf wat helpt en wat niet. Afleiding, een beker warme melk, je zorgen met het douchewater door het putje spoelen, er zijn een heleboel mogelijkheden.

En dan is er de angst om zelf ook kanker te hebben. Soms heeft je kind precies dezelfde klachten als jijzelf. Een bezoek aan de huisarts kan helpen.

Wat is normaal?

Enkele voorbeelden van normaal gedrag: 

  • Ze kruipen in hun schulp
  • Ze vragen extra aandacht
  • Ze zijn extreem hulpvaardig
  • Ze doen een stap terug in hun ontwikkeling
  • Ze zijn overactief
  • Ze zijn nors of agressief
  • Ze hebben een kort lontje
  • Ze zijn superlief en overbezorgd
  • Ze hebben problemen met hun huiswerk of doen het juist héél goed
  • Ze kunnen niet (in)slapen of hebben nachtmerries
  • Ze willen niet meer met vriend(inn)en spelen

Het zijn allemaal normale reacties op een abnormale situatie, maar daarom niet minder lastig. Wanneer hulp zoeken? Aanhoudend negatief gedrag is een schreeuw om aandacht. Maar ook veel te lief zijn. Verder zijn aanhoudende lichamelijke klachten een punt van zorg, een kind dat niet meer naar school wil, kinderen die al problemen hadden voordat je ziek werd, een kind dat extreem overbezorgd is. Klop eens aan bij een goede kennis, een leerkracht, een lotgenoot, een verpleegkundige, de pastor, een kinder- of jeugdpsycholoog. Volg je gevoel, want jij kent je kind het best. Probeer je vooral niet schuldig te voelen als je kind een extra steuntje in de rug nodig heeft. Opvoeden is al moeilijk genoeg, laat staan als je ziek bent.

Tijdens je ziekteperiode moeten je kinderen misschien wat vaker bijspringen in het huishouden of de zorg. Daar is niks mis mee. Veel kinderen vinden het fijn om iets voor hun ouders te kunnen doen. Ook al zijn het taken die ze anders niet zo snel op zich zouden nemen. Maar soms springen ze te vaak bij of krijgen ze verantwoordelijkheden die ze niet aankunnen. Schakel hulp van buitenaf in.

School

Let op het gedrag van je kind, niet alleen thuis maar ook op school en de sportclub. Wees vooral bedacht op veranderingen. Zijn er problemen op school? Heeft je kind opeens geen zin meer om naar atletiek te gaan? Is de extreme stapper plotseling een thuiszitter geworden?

Informeer de school tijdig over wat er gaande is. Houd de leerkrachten en de mentor op de hoogte en spreek af dat ze aan de bel trekken als er iets misgaat. Geef aan wat jij en je kind van de leerkrachten verwachten. Moeten ze er wel of geen aandacht aan besteden en in welke mate? Is er iemand bij wie je kind terecht kan? Wijs de leerkrachten op deze site.

Veel kinderen vinden het prettig als de school is ingelicht, maar willen wel dat iedereen gewoon blijft doen. Ze willen nu eenmaal geen uitzondering zijn. Het kan ook zijn dat ze een boekbespreking of spreekbeurt over kanker willen houden.

Alleenstaande ouders

Als je alleen voor je kinderen zorgt, dan komt het bericht dat je kanker hebt waarschijnlijk extra hard binnen. Maar ook als je ex-partner kanker heeft, zal je je afvragen hoe je kinderen hierin het beste te begeleiden. Ga op zoek naar een vertrouwd iemand met wie je je zorgen kunt delen.

Ook nu is openheid belangrijk. Voor je kinderen is het belangrijk dat zij weten dat er volwassenen zijn die er voor hen zijn. Aarzel niet om een beroep te doen op familie en vrienden en maak samen plannen wie kan invallen of helpen. Weet dat er mogelijkheden zijn om extra financiële steun te krijgen voor kinderopvang en mantelzorg. Vergeet niet het voogdijschap en je nalatenschap op een goede manier te regelen. Zorg dat er zoveel mogelijk op papier staat. Het geeft rust als je die regelzaken achter de rug hebt. Je kunt je dan weer op je behandeling en het leven richten.

Herstel, als dat mogelijk is, het contact met je vroegere partner en probeer zoveel mogelijk één lijn te trekken. Steun elkaar. Doe het voor de kinderen.

Slechte voortuitzichten

Zijn de vooruitzichten slecht, dan is praten over de dood onvermijdelijk. Het kan zijn dat de kinderen willen weten hoe dat gaat, of er toch nog iets aan gedaan kan worden en wat er met hen gaat gebeuren.

Hoe moeilijk en pijnlijk het ook is, moedig ze aan met hun vragen te komen. Sommige kinderen sluiten zich af of praten liever met anderen. Ook dat is goed. Ze hebben tijd en veiligheid nodig om hun verdriet te kunnen tonen. Elk kind zoekt daarin zijn of haar eigen weg.

Samen terugkijken op alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, kan richting geven aan je gevoelens en aan die van je kinderen. Foto’s kijken, huilen, een boek maken van mooie en gekke voorvallen, zonder woorden bij elkaar zitten, probeer een manier te vinden die het beste bij jullie past. Het kan helpen om een boek in huis te halen dat de dood als thema heeft.

Misschien is Achter de Regenboog iets voor je kinderen. Deze stichting ondersteunt kinderen en jongeren bij het verwerken van het (komend) overlijden van een ouder. Kijk voor meer informatie op www.achterderegenboog.nl.

Een aantal begeleidingscentra voor mensen met kanker en hun naasten biedt ook programma’s voor kinderen en jongeren. Kijk op www.IPSO.nl voor een centrum bij jou in de buurt.

Praktische tips
  • Blijf je kinderen informeren en bereid ze voor op eventuele veranderingen.
  • Probeer het concreet en duidelijk te houden. Maak gebruik van de informatie op deze site, boeken en brochures. Hebben ze begrepen wat er is verteld?
  • Ga in op vragen en moedig ze aan vragen te stellen aan je behandelend arts of verpleegkundige.
  • Beloof geen dingen die je niet kunt waarmaken.
  • Houd je oren en ogen open.
  • Heb je wel eens iets over je eigen gevoelens verteld? Vertel hen wat helpt.
  • Sommige kinderen (gezinnen) praten nu eenmaal weinig; dat is niet erg. Je kunt ook samen naar een film kijken, muziek luisteren of naar het bos gaan.
  • Luister naar wat je kind ‘tussen de regels door’ zegt.
  • Elk kind heeft een eigen ‘handboek’. Jij kent je kind het best!
  • Op tijd naar bed en gewoon naar school blijft belangrijk.
  • Structuur aanhouden en grenzen aangeven kost energie, maar je kinderen hebben er behoefte aan en je krijgt er veel voor terug.
  • Schroom niet een deskundige te raadplegen.
  • Neem de tijd voor leuke dingen. Het leven gaat ook door.

Beste Leerkracht,

Of je nu op een basisschool of op het voorgezet onderwijs werkt, docent, directeur, onderwijsassistent, vertrouwenspersoon of mentor bent, het bericht dat een ouder van een van je leerlingen kanker heeft roept verschillende vragen op. Wat is er precies aan de hand? Welke reacties komen het meest voor bij kinderen en jongeren met een vader of moeder met kanker? Welke informatie heb je nodig om de leerling zo goed mogelijk te begeleiden? Wat kan je doen?

Het kan ook zijn dat jijzelf of een collega met de ziekte wordt geconfronteerd. Ook dan is het de vraag hoe je dit aan de leerlingen vertelt en hoe je daar verder mee om kunt gaan.

Informatie

Om de leerling goed te kunnen opvangen is informatie nodig. Meestal delen ouders of een naaste zelf wat er gaande is. Als dat niet het geval is, is het belangrijk om zelf het initiatief te nemen en de ouder(s) en vragen te stellen als: Wat is er precies aan de hand? Wordt de ouder opgenomen in het ziekenhuis? Is er iets bekend over de ernst van de ziekte? Hoe zijn de vooruitzichten? Wat is er al aan de leerling verteld? Hoe zien ouders de rol van de school? Welke informatie mag met andere ouders en leerlingen worden gedeeld? Wie is de contactpersoon?

Niet alle ouders zullen over kanker willen of kunnen praten. Binnen bestaande religieuze of culturele groepen bestaan grote verschillen in het denken over en omgaan met de ziekte. Oordeel niet, blijf met elkaar in gesprek en leer van de ouders. Vraag hen hoe je hun kind het beste kunt helpen en vraag naar eventuele wensen ten aanzien van school.

Ga na overleg met de ouders een individueel gesprek met de leerling aan. Probeer een beeld te krijgen van wat de leerling al weet en hoe de leerling daarmee omgaat. Meestal zal de vraag “Hoe gaat het?” met “goed” beantwoord worden. Stel open vragen. Laat de leerling over de thuissituatie vertellen en vraag door. Wil de leerling klasgenoten en andere leerlingen op de hoogte brengen en zo ja hoe? Aan welke collega’s moet het worden verteld?

Wat je over kanker moet weten

Kanker is een ernstige ziekte die levensbedreigend kan zijn, maar waar je niet vanzelfsprekend aan doodgaat. Afhankelijk van het soort en de uitgebreidheid van de ziekte zijn er allerlei behandelingen mogelijk. De meeste behandelingen zijn op genezing gericht. Of ze zorgen ervoor dat de kanker zolang mogelijk wegblijft of zelfs chronisch wordt. Iemand kan dus heel lang met kanker leven. Helaas zijn er ook kankersoorten die dermate agressief zijn dat mensen eraan overlijden. Er zijn dus veel verschillende prognoses en uitkomsten.

Bedenk dat veel volwassenen en kinderen de neiging hebben om uit te gaan van voorbeelden uit de directe omgeving. Bijna iedereen kent wel iemand met kanker. Maar elke vorm van kanker en elke behandeling kent een eigen specifiek beloop.

Emoties
Leerlingen reageren vaak verdrietig, bang of boos op het feit dat hun ouder kanker heeft. Ze kunnen zich schuldig, ongelukkig of in de steek gelaten voelen. Of ze doen heel stoer en doen net alsof er niets aan de hand is. De allerjongsten uiten zich vooral in gedrag en spel. Zo geven ze hun gevoel een plekje. Naarmate de kinderen ouder worden speelt taal een steeds belangrijker rol. Toch zal niet elke leerling over gevoelens willen praten.

Gedrag

Enkele voorbeeld van gedrag dat u ook op school kunt waarnemen:

  • de leerling trekt zich terug
  • vertoont hulpeloos gedrag
  • doet een stap terug in zijn/haar ontwikkeling
  • vraagt voortdurend extra aandacht
  • doet het extra goed op school
  • is overactief, nors of agressief
  • heeft een kort lontje
  • heeft problemen op het sociale vlak
  • heeft geheugen- en concentratieproblemen
  • is oververmoeid
Concentratie en verzuim

“Mijn hoofd zit zo vol!” is een veel gehoorde uitspraak. Dat is natuurlijk lastig als je daarnaast ook nog moet leren. Kijk samen met de leerling naar wat eraan gedaan kan worden. Het is belangrijk dat de leerling niet achterop raakt. Zoek een balans tussen de eisen die de opleiding stelt en dat wat er thuis speelt. Er zal bezoek langskomen, ouders moeten naar het ziekenhuis, de medicijnen hebben bijwerkingen en er is altijd de spanning of alles goed blijft gaan. Leerlingen met een vader of moeder met kanker maken zich niet alleen zorgen, maar krijgen thuis vaak extra verantwoordelijkheden. Dat alles heeft consequenties voor het naar school gaan en hun concentratievermogen. Meedenken is dus noodzakelijk.

Communiceren

Subtiele individuele aandacht De meeste leerlingen willen ‘gewoon’ zijn. Ze willen geen uiitzondering zijn, maar willen wel erkenning. Je zult de vinger aan de pols moeten houden. Dat kan je doen door het geven van (subtiele) individuele aandacht. Ga uit van de behoeften van de leerling en onderzoek samen de mogelijkheden. Dat kan een persoonlijk gesprek op een vast tijdstip zijn. Maar ook een plek waar de leerling zich kan terugtrekken of een time-out signaal waarmee de leerling zelf kan aangeven er even tussenuit te willen. Moedig de leerling aan te praten met diegene bij wie hij of zij zich op zijn gemak voelt.

Vaak zal de leerling niet kunnen aangeven wat hij of zij nodig heeft, dan ligt het initiatief bij jou. Door actief mee te denken kun je al veel betekenen.

Richard: “Mevr. van Rhijn las een verhaal voor over een moeder die kanker had. Ik durfde niks te zeggen en heb de hele tijd met mijn pen zitten klooien. Toch vond ik het wel prettig dat ze er iets over vertelde. Op de een of andere manier voelde ik me niet meer zo alleen.”

Jongeren onderling
Jongeren communiceren vooral met hun vrienden en via hun eigen kanalen. Op TikTok en Snapchat wordt lief en leed gedeeld. Het is goed om te zien hoe ze elkaar daarop moed toespreken en steunen, óók als een van de ouders kanker heeft.

Geïnformeerd blijven
Bedenk hoe je geïnformeerd kunt blijven. Kanker is een ziekte die lang kan duren en op onverwachte momenten kan veranderen. Leerlingen gaan over, wisselen van leerkracht, klas of school. Hierdoor kunnen gegevens verdwijnen of worden vergeten. Geef de informatie door aan je collega’s en licht invallers in over de situatie en afspraken die je met het kind hebt gemaakt. Zorg dat je up-to-date blijft en contact houdt met de ouders. Zorg voor een vast aanspreekpunt.

Eigen ervaringen

Je eigen ervaringen beïnvloeden hoe je naar kanker kijkt en de manier waarop je er aandacht aan besteedt. Probeer dit voor jezelf helder te krijgen en bedenk dat geen twee situaties hetzelfde zijn. Sta open voor de gevoelens van jezelf en van die van je leerling. Ben je emotioneel in staat je leerling goed te begeleiden? Zo nee, vraag dan advies aan een collega.

Jacqueline: “De juf van Lesley wilde er niet over praten. Ze kon er absoluut niet mee overweg en deed net alsof er niets aan de hand was. Haar vervangster heeft wel gevraagd hoe het ging. Lesley kwam helemaal blij thuis, ze had mogen vertellen over de ziekenhuisbezoeken en de prikken die haar vader kreeg.”

Veiligheid & respect

Veiligheid
Het belangrijkste is dat je veiligheid biedt. Een plek waar leerlingen zichzelf kunnen zijn. Waar ze onderdeel uitmaken van de groep, maar ook erkend wordt in hun eigenheid. Zo is de ene leerling gebaat bij vaste afspraken en zal de ander uit zichzelf kunnen aangeven wanneer hij of zij ergens behoefte aan heeft.

Respect
Leerlingen die in de klas over hun zieke vader of moeder willen vertellen verdienen alle respect. Hein wilde niet meer naar school toen hij voor ‘watje’ en ‘homo’ werd uitgemaakt nadat hij had verteld dat hij zijn ernstig zieke vader hielp met wassen en aankleden. Is er voldoende veiligheid en respect, dan kunnen er hele bijzondere dingen gebeuren. Zo stelde Nick na lang twijfelen de volgende vraag aan de klas: “Vinden jullie het ook zo erg om je vader of moeder te zien huilen? En wat doe je dan?”

Schelden
Kanker wordt helaas vaak als scheldwoord gebruikt. Leerlingen die een vader of moeder met kanker hebben zijn er uiterst gevoelig voor. Het gebeurt niet zelden dat ze als reactie op het schelden over kanker op de vuist gaan. Tolereer geen gescheld en maak het bespreekbaar.

Lessen

Lessen over kanker
Snij het onderwerp kanker ook eens aan als daar geen directe aanleiding toe is. Je zult merken dat er nogal wat leerlingen zijn die er op de een of andere manier mee te maken hebben. Ook een onderwerp als erfelijkheid kan aanleiding zijn tot verder nadenken. Verwijs kinderen eventueel door naar de huisarts. Mocht je het onderwerp preventie aansnijden, wees je er dan van bewust dat sommige leerlingen in de thuissituatie al met kanker te maken hebben. (kijk ook bij schuldgevoelens)

Ruby: “Ik weet best dat je van roken kanker kunt krijgen. Maar sommige kinderen roepen “eigen schuld, dikke bult”. Nou dat vind ik dus stom, ze weten gewoon niet waar ze het over hebben.”

Spreekbeurt of werkstuk
Het maken van een spreekbeurt of profielwerkstuk kan een prima uitlaatklep zijn om iets over kanker te vertellen. Hoewel de meeste leerlingen niet graag in de schijnwerpers staan, kan zo’n schoolopdracht hen net het zetje geven dat ze nodig hebben om de thuissituatie bespreekbaar te maken.

Stephanie: “Die spreekbeurt over mijn vaders hersentumor ging hartstikke goed. Ik heb verteld wat een bestraling was en dat ik mee geweest was. Er kwamen een heleboel vragen. Ik heb ook gezegd dat ze me niet zielig moesten vinden, want daar hou ik helemaal niet van.”

Lotte: “Voor mijn profielwerkstuk economie heb ik een armbandjes actie tegen kanker opgezet. Het was een groot succes. Ik heb het gevoel dat ik echt iets heb kunnen doen.”

Overlijden

Wanneer een ouder van een van je leerlingen overlijdt, dan heeft die leerling je steun hard nodig. Als je al op de hoogte was van het ziekteproces en de vooruitzichten en was je blijvend betrokken, dan heb je het waarschijnlijk zien aankomen en heb je je kunnen voorbereiden.

Wat vertel je de klas? Wat is je eigen rol en wat die van de klasgenoten? Hoe kan je de leerling steunen? Er zijn verschillende manieren om te helpen. Je kan naar de condoleance en/of uitvaart gaan, iets met de klas organiseren, een brief of kaart schrijven.

Kiki: “Toen mijn moeder doodging waren er een heleboel klasgenoten op de begrafenis. De mentor is ook nog langs geweest. Ik vond dat best fijn.”

Yannick:”Na het overlijden van mijn vader kreeg ik een kaart van mijn gymleraar. Ik vond het geweldig dat hij aan mij dacht. Als ik een meisje was geweest, had ik hem een zoen gegeven.”

Kijk voor meer informatie over palliatieve zorg, overlijden en rouw op de pagina’s voor de kinderen, op onze boekenlijst, op www.achterderegenboog.nl of op www.in-de-wolken.nl.

Uitspraken van leerlingen
  • Ik was zo blij dat juf eindelijk eens vroeg hoe het met mijn vader was.
  • Op school praat ik er niet over hoor, niet iedereen hoeft het te weten.
  • Ik had het aan de mentor doorgegeven, maar tijdens de rapportbespreking bleek niemand er iets vanaf te weten.
  • Kankerlijer, kankerjood, kankerhoer, ik krijg steeds meer de neiging om te gaan slaan.
  • Ik wil er eigenlijk wel een spreekbeurt over houden of een werkstuk over maken.
  • Ik schrok me dood toen de biologieleraar opeens over kanker begon.
  • Mijn wiskundelerares reageerde heel raar toen ik het vertelde. Het leek wel of ze het niet wilde horen. Ze begon meteen ergens anders over.
  • Wat heeft het voor zin om huiswerk te maken? Mijn moeder gaat toch dood!
  • Soms heb ik het gevoel dat ik de enige ben. Weet u niet iemand die hetzelfde heeft meegemaakt?

De diversiteit van deze uitspraken geeft aan hoe ingewikkeld het is. Individuele afstemming is noodzakelijk, maar een leidraad kan houvast bieden. Lees ook de pagina’s voor de kinderen door.

Algemene tips
  • Bied maximale veiligheid en creëer een veilige sfeer
  • Toon aandacht en begrip
  • Bied duidelijke grenzen en structuur
  • Zoek een manier om ruimte te geven aan emoties
  • Houd contact met de ouders
  • Vraag je af wat deze situatie met de andere leerlingen doet
  • Zorg voor de juiste balans tussen huiswerk en andere schooltaken en rekening houden met de thuissituatie
  • Bespreek met de leerling wat te doen als het op school even niet gaat
  • Wees je bewust van je eigen kennis en vaardigheden
  • Bedenk dat kanker een ziekte is die lang kan duren en op onverwachte momenten kan veranderen
  • Bewaak je eigen grenzen en zoek indien nodig hulp
  • Kijk eens in het boek ’s Nachts hoor ik de troostvogels zingen (zie bestellingen)

Beste hulpverlener

Kanker treft niet alleen de patiënt, ook de impact op de partner en de kinderen is groot. Hoewel het met de meeste kinderen goed gaat en professionele hulp lang niet altijd noodzakelijk is, is het belangrijk dat er ook voor hen aandacht is.

Educatie en ondersteuning zijn belangrijke begrippen. Het begint met basisvragen als: Wat is de samenstelling van het gezin en wat is de leeftijd van de kinderen? (noteer hun geboortedata, zodat je ook later weet hoe oud ze zijn). In hoeverre zijn de kinderen op de hoogte van de ziekte en de behandelingen? Hoe gaan ze er mee om? Wie is er voor hen? Welke vragen leven er bij zowel ouders als kinderen?

Luister, kijk en leer van de kinderen. Bedenk dat ouders hun kind het beste kennen. Dat een ouder die ziek is, het soms gewoon even niet meer weet. Dat er ouders zijn die er helemaal alleen voor staan. Dat de meeste kinderen wel degelijk over kanker nadenken.

Zorgen van ouders

Veel ouders vragen zich af wat er in het hoofd van hun kinderen omgaat. Ze maken zich zorgen en voelen zich soms schuldig. Wat nemen de kinderen van het ziek zijn mee? Uiten ze zich wel voldoende? Kunnen ze nog onbezorgd zijn? Raken ze beschadigd door wat ze meemaken?

Het begint al met de vraag of ze het wel moeten vertellen dat ze kanker hebben. Ouders willen hun kinderen beschermen. Maar kinderen hebben voelsprieten, ze horen en zien dat het mis is en ontwikkelen daarover hun eigen angstige fantasieën. Je helpt ouders door hen erop te wijzen dat niet weten erger is dan weten.

Het is begrijpelijk maar niet verstandig om het woord ‘kanker’ te omzeilen. Praten ouders er omheen dan brengt dat kinderen in verwarring en horen ze het waarschijnlijk van een ander in plaats van hun eigen vader of moeder. Vraag ouders wat zij hun kinderen hebben verteld, geef hen informatie en help hen de juiste woorden te vinden aangepast aan het leeftijds- en ontwikkelingsniveau van de kinderen.

Reacties van kinderen

Kinderen reageren net als volwassenen. Ze zijn verdrietig, bang of boos, houden hoop, lopen rond met schuldgevoelens, voelen zich ongelukkig en alleen of doen net alsof er niets aan de hand is. Inzicht in de verschillende reacties kan je helpen bij het ondersteunen en adviseren van ouders en kinderen.

Interventies

Interventies variëren van uitleg geven en praten tot samen tekenen, schrijven, boksen, filmen, troostdozen of schatkisten maken, een veilige plek visualiseren, muziek maken, een spel of game spelen of een wandeling maken. De keuze van de interventie hangt af van het leeftijdsniveau, de aandachtsspanne en de interesse van het kind of de jongere. Voor jonge kinderen werken spelvormen, voorleesboeken en knuffelbeesten het beste. Oudere kinderen hebben meer baat bij muziek, games, foto’s of het werken met geschreven teksten.

Maar ongeacht hun leeftijd: uiteindelijk gaat het om wat je samen bespreekt. Probeer vooral flexibel en creatief te zijn in je aanpak. Soms werkt de ene methode, soms de andere. Dat geldt zowel als je met één kind werkt als met meerdere kinderen tegelijkertijd.

Te dichtbij

Misschien heb je als hulpverlener nog niet zoveel met kinderen gewerkt of heb je er niet over de mogelijkheid nagedacht. Misschien vind je het moeilijk of komt het te dichtbij. Bedenk dat het ook voor kinderen fijn is als ze bij iemand terecht kunnen. Communiceren met kinderen is helemaal niet moeilijk. Gewoon doen!

Een huisarts: “Met dat meisje van dertien kan ik wel praten, maar wat doe ik nou met die van acht?”

Enkele vragen waar veel kinderen mee rondlopen. De antwoorden vind je op de site.

  • Hoe komt het dat mijn vader/moeder kanker heeft gekregen?
  • Weet u zeker dat mijn vader/moeder niet meer beter wordt?
  • Hoe werkt chemotherapie?
  • Wat is bestraling?
  • Kunnen kinderen het ook krijgen?
  • Is kanker besmettelijk?
  • Is het raa dat ik niks voel?
Pubers

Pubers en jong volwassenen zijn niet alleen met zichzelf en hun eigen toekomst bezig, maar ook met het leven in het algemeen. Het hebben van een vader of moeder met kanker zet dat leven flink op z’n kop. Ze kunnen daar flink mee worstelen en hebben behoefte aan iemand die écht naar hen luistert.

Ga er niet vanuit dat pubers alles begrijpen. Ze doen soms wel alsof, maar het gevaar van overschatting is groot. Gebruik daarom ook voor pubers heldere en duidelijke taal en geef hen de tijd om over zaken na te denken. Houd er rekening mee dat ze misschien anders reageren dan je verwacht!

Claudia:”Die verpleegkundige vroeg wel honderd keer of ik wel echt begreep wat er aan de hand was. Natuurlijk weet ik dat ze doodgaat en ik vind het verschrikkelijk. Maar dat hoef ik toch niet aan haar te vertellen?”

Een wijkverpleegkundige:” Altijd als ik bij die patiënt thuis kwam zat zijn zoon achter de computer. Ik weet zeker dat hij meeluisterde. Achteraf denk ik wel eens dat ik ook aan hem had kunnen vragen of hij iets wilde weten …”

Mee naar het ziekenhuis

Door het onderwerp ‘kinderen’ standaard in de gesprekken mee te nemen, maak je ouders bewust van het feit van het belang om hun kinderen erbij te betrekken. Moedig ouders aan om hun kinderen mee te nemen naar het ziekenhuis. Vraag regelmatig hoe het met de kinderen gaat en sta open voor vragen van en over kinderen. Mogen ze bij je op het spreekuur komen? Ben je bereid hun vragen te beantwoorden? Heb je informatiemateriaal voor hen? Weet je naar wie je ze indien nodig kunt doorverwijzen?

Een radiotherapeut: “Ik raad ouders altijd aan hun kinderen een keer mee te nemen naar de bestraling. Op die manier wordt het meteen duidelijk wat we doen. Natuurlijk moet je wel wat tijd voor ze vrijmaken.”

Een verpleegkundige: “Bij ons in het ziekenhuis hebben we speciale middagen voor kinderen. We leggen uit wat kanker is en hoe het behandeld wordt. We laten van alles zien. De kinderen vinden het geweldig.”

Soms nemen kinderen het initiatief tot het schrijven van een brief of vragen ze zelf om een gesprek met de behandelend arts. Moedig ze aan hun vragen op te schrijven en te stellen.

Over doodgaan

Bij de mededeling dat hun vader of moeder kanker heeft, zullen veel kinderen zich afvragen of hun vader of moeder doodgaat. Hopelijk biedt de behandeling perspectief en kan dat aan de kinderen worden meegegeven. Maar is de prognose slecht of komt de ziekte terug en is er geen hoop meer, dan hebben de kinderen er recht op om ook dit te weten. Want net als volwassenen hebben ze tijd nodig om zich voor te bereiden op het afscheid en dat kan alleen als ze weten wat er aan de hand is.

Laat de kinderen niet in de kou staan. Samen met hun zieke vader of moeder terugkijken op alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd kan richting geven aan hun gevoelens. Als hulpverlener kan je de kinderen steunen en een plek bieden waar ze hun verdriet kunnen uiten. Ouders hebben soms behoefte aan tips en adviezen over wat ze kunnen nalaten of hoe ze hun kinderen bij het afsheid kunnen betrekken.

Zo kunnen kinderen:

  • Meedenken over een plekje op de begraafplaats
  • Meedenken over een tekst op de kaart
  • Helpen hun overleden ouder aan te kleden
  • De kist beschilderen
  • Muziek voor de uitvaart uitzoeken
  • De kist helpen dragen
  • Muziek, een brief of knuffels meegeven
Grenzen

Ouders
Het kan zijn dat ouders absoluut geen openheid willen. Ontkenning, opvoeding en geloof spelen daarbij een belangrijke rol. Je kunt ouders uitleggen wat het voor hun kinderen betekent als ze in het ongewisse blijven. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat en willen ouders echt geen openheid, dan is dat wat het is. Respecteer hun grenzen en blijf naast hen staan, want alleen dan kom je verder.

Kinderen
Sommige kinderen willen echt niet praten. Blijkbaar is de angst te groot. Respecteer hun grenzen. Door open en eerlijk te zijn, rust en vertrouwen uit te stralen en niets af te dwingen, bied je de kinderen een veilig uitgangspunt. Soms krijg je daardoor onverwachte reacties.

Een psycholoog: “Als hij vijf woorden zegt is het veel, meestal tekent hij of lopen we een eindje. Op de een of andere manier is dat voldoende. Laatst zei hij dat het hem echt hielp. We praten immers zo lekker!”

Hulpverleners
Elk vak kent grenzen. Kijk wat je aankunt en wilt. Neem de tijd voor reflectie. Praat met collega’s over situaties die je tegenkomt en wissel ervaringen uit.

Praktische tips

  • Informeer naar de kinderen, vraag wat hen is verteld en hoe het met ze gaat
  • Vertel dat niet weten, vaak erger is dan wel weten
  • Leg uit dat het goed is om het woord ‘kanker’ te gebruiken
  • Wijs ouders op mogelijke schuldgevoelens bij de kinderen
  • Onthoud de namen van de kinderen
  • Laat de vragen niet op toeval berusten, maar zorg voor een structurele inbedding
  • Stimuleer ouders om hun kinderen mee te nemen
  • Zorg dat uw kennis op peil blijft
  • Zorg voor voldoende informatiemateriaal
  • Vraag ook eens iets aan de kinderen zelf
  • Wijs ze op deze website
  • Geef aan dat ze bij je terecht kunnen

Ervaringen uitwisselen

Beste ouders, vrienden en hulpverleners,

Op kanker.nl vindt u discussiegroepen om openbaar, maar ook anoniem in gesprek gaan over kanker en alles wat ermee te maken heeft.

www.kanker.nl/discussiegroepen

Bibliotheek

Als kanker je gezin treft

Een helder en concreet boek vol praktische tips en adviezen om kinderen te ondersteunen. Voor ouders, verzorgers en leerkrachten.

Hoe moet het nu met mijn kinderen?

Deze brochure is bedoeld voor ouders van wie er één kanker heeft.

Als u als ouder ziek wordt

Deze Vlaamse brochure is een leidraad voor ouders en grootouders met kanker.

Wanneer je als ouder kanker hebt

Wanneer je te horen krijgt dat je kanker hebt, staat het leven in het gezin behoorlijk op z’n kop.

‘s Nachts hoor ik de troostvogel zingen

Speciaal voor leerkrachten die te maken hebben met een leerling waarvan een ouder kanker heeft.

Kleine Monnik

De kleine Monnik maakt een reis op zoek naar antwoorden en kracht. Over hoe je kind in moeilijke tijden sterk te maken.

Hotel De Grote L

Eigenlijk zouden álle kinderen en volwassenen dit boek moeten lezen! Gek, mooi en herkenbaar.

Kun je internetten in de hemel?

kinderen en jongeren vanuit verschillende religies en culturen zetten hun gevoelens en gedachten op papier

Een hapje uit de zon

Vijf pubers, vijf ouders, één ziekte. Dit boek biedt houvast, herkenning en inzicht in de verschillende manieren van omgaan met kanker.

Roze wolk of roze lintje

Een verhaal over borstkanker aangevuld met vijf informatieve brieven aan de klas van de 6-jarige Luca.

Een pleister tegen tranen

Toegankelijk, warm en met veel deskundigheid geschreven. Alle belangrijke thema’s worden beschreven en toegelicht.

Ben effe weg, borstkanker in een pubergezin

Naast het verhaal van Irene, vertellen de kinderen (12, 14 en 16 jaar) elk in een eigen hoofdstuk wat het met hen doet.

Het boek met Ko-nijN

Zomaar een manier om met je/een kind in gesprek te gaan. Want al zit het soms even niet mee, je kunt er met je fantasie altijd iets van maken.

Familieboek over longkanker

Wil je meer weten over longkanker en wat daar allemaal bij komt kijken? Lees dan dit boekje!

Moet ik nu huilen?

Rouw bij kinderen en jongeren met een stoornis binnen het autismespectrum.

Kinderen helpen bij verlies

Een boek voor iedereen die van kinderen houdt.

ByNel

51 hartverwarmende columns over veerkracht, hoop en vertrouwen van zowel ouders als kinderen.

Jong verlies

Rouwende kinderen serieus nemen

Troostkaarten voor kinderen

Een inspirerend werkboek voor pedagogen, psychologen en leerkrachten in het basis- en middelbaar onderwijs.

Tranenpotjes en geluksarmbanden

Bobbie, Noa en Dante vertellen hoe het is om op jonge leeftijd je vader te moeten missen.